← blog

Worden we dommer door AI?

Tijdens mijn lezingen krijg ik vaak dezelfde vraag. Worden we met z'n allen niet massaal dommer door AI?

Ik snap die vraag heel goed. Want als AI steeds meer taken van ons overneemt, voeren we die taken zelf minder vaak uit. En als je een vaardigheid minder gebruikt, word je er meestal ook minder goed in. Dat is niet zo gek. Als je je spieren niet gebruikt, worden ze slapper. Met je brein werkt dat op sommige punten net zo.

Alleen denk ik dat we dit gesprek vaak te smal voeren. Alsof dit voor het eerst gebeurt. Alsof AI de eerste technologie is die ervoor zorgt dat we bepaalde vaardigheden minder gebruiken. Maar dat is natuurlijk niet zo. Ik ben van oorsprong historicus. En als er een nieuw probleem ontstaat, vind ik het altijd interessant om te kijken of we zoiets eerder hebben meegemaakt. En meestal is dat zo.

De landkaart in de auto

Vroeger ging ik met vrienden op vakantie naar Zuid-Frankrijk. In een mooie oude paarse Fiat Panda. Dat klinkt romantisch, en dat was het ook wel. We gingen surfen in Frankrijk of de bergen in. Maar het betekende ook dat we met een best slechte auto routes moesten vinden in een land dat we niet kenden.

Dus dan lag er een landkaart in de auto. Regelmatig moesten we onderweg stoppen om te kijken waar we waren. En degene naast de bestuurder had een belangrijke taak. Die moest de kaart lezen. Moeten we hier eraf? Komt de afslag zo? Zijn we al te ver?

En natuurlijk ging dat niet altijd goed. Soms zagen we een afslag te laat. Soms reden we verkeerd. En zelfs met mijn beste vrienden kon dat op een vakantie, die eigenlijk heel ontspannen moest zijn, gewoon tot irritatie of ruzie leiden.

Dat hoorde erbij. Maar als je nu terugkijkt, was dat eigenlijk ook gewoon gedoe.

Google Maps heeft iets van ons afgepakt

Vergelijk dat eens met nu. Bijna iedereen gebruikt Google Maps of een vergelijkbare navigatie-app. Je vult vlak voor vertrek een adres in en daarna volg je gewoon de route.

Je hoeft geen kaart meer open te vouwen. Je hoeft niet meer van tevoren uit te zoeken waar je langs moet. Je hoeft onderweg niet meer aan iemand op straat te vragen hoe je verder moet rijden. En je hoeft meestal ook niet meer zomaar in een file te belanden zonder te weten waarom.

De app weet waar het druk is. De app berekent hoe lang je reis waarschijnlijk duurt. En als er onderweg iets verandert, krijg je een alternatieve route. Eigenlijk gebruiken we daar al jaren een vorm van intelligentie voor. Niet op de manier waarop we nu over AI praten, maar wel als systeem dat voor ons denkt, rekent, voorspelt en beslist welke route verstandig is.

Het gevolg? We zijn massaal slechter geworden in kaartlezen. Veel jongeren hebben die vaardigheid zelfs nooit echt geleerd. Maar zijn ze daardoor hulpeloos? Zien we overal jongeren langs de weg staan omdat ze niet meer weten waar ze heen moeten? Nee. Dat zien we niet.

We verliezen vaardigheden, maar winnen ook iets

Ik kan nog best aardig inschatten welke kant ik op moet als mijn telefoon uitvalt. Zeker als ik terug naar huis moet. Door Nederland weet ik meestal wel ongeveer welke richting ik op moet om weer thuis te komen. Maar andersom is dat lastiger. Als ik naar een plek moet waar ik nog nooit ben geweest, kom ik misschien wel in de buurt, maar uiteindelijk zou ik waarschijnlijk iemand moeten vragen hoe ik verder moet.

Dat deden we vroeger vaak. Ook dat is bijna verdwenen uit het straatbeeld. De vraag is: is dat erg? In een noodsituatie misschien wel. Maar in het dagelijks leven? Niet echt.

Want we hebben er ook iets voor teruggekregen. Minder stress. Minder ruzie in de auto. Minder verdwalen. Minder tijdverlies. Betere inschattingen. Snellere routes. We zijn een oude vaardigheid deels kwijtgeraakt, maar we hebben er gemak, snelheid en rust voor teruggekregen.

En dat is precies de afweging die we nu ook bij AI moeten maken.

AI als cognitieve uitbesteding

Bij AI gebeurt eigenlijk iets vergelijkbaars. Alleen gaat het nu niet om kaartlezen. Het gaat om denken, schrijven, plannen, samenvatten, analyseren, organiseren en onthouden. Dat voelt dichterbij. En daardoor voelt het ook spannender.

Als Google Maps een route voor je kiest, vinden we dat normaal. Maar als AI een tekst voor je samenvat, een planning maakt of een ingewikkelde taak voorbereidt, vragen we ons ineens af of we daar dommer van worden.

Die vraag is terecht. Maar ik denk dat het antwoord niet simpel ja of nee is. Het hangt ervan af welke vaardigheid je uitbesteedt. En waarom.

Wachtwoorden onthouden

Een mooi voorbeeld zag je deze week bij WWDC 2026 van Apple. Apple liet zien dat de Passwords-app zwakke of gelekte wachtwoorden kan herkennen en, voor geschikte accounts, automatisch kan helpen om die te vervangen door sterke wachtwoorden. Het systeem gebruikt Apple Intelligence en Safari om namens jou door zo'n proces heen te gaan.

Dat is interessant. Want vroeger moest je zelf wachtwoorden bedenken, onthouden, opschrijven of opslaan in een passwordmanager. Daarna moest je ook nog zelf bedenken wanneer je ze moest aanpassen. En eerlijk is eerlijk: bijna niemand doet dat consequent. Ik ook niet.

Van veel van mijn wachtwoorden weet ik niet eens wat ze zijn. En dat vind ik eigenlijk prima, zolang ze veilig zijn opgeslagen en goed worden beheerd. Ook dat is cognitieve uitbesteding. Je hoeft niet meer zelf al je wachtwoorden te onthouden. Je hoeft niet meer zelf continu te controleren welke wachtwoorden zwak of gelekt zijn. En als het systeem straks steeds meer van dat werk automatisch kan doen, scheelt dat tijd en waarschijnlijk ook veiligheidsproblemen.

Worden we daardoor dommer? Of gebruiken we technologie om iets op te lossen waar mensen eigenlijk helemaal niet zo goed in zijn?

Niet elke vaardigheid is even waardevol

Ik denk dat we eerlijker moeten kijken naar welke vaardigheden we willen behouden. Niet elke vaardigheid is even belangrijk. Ik hoef niet per se weer heel goed te worden in kaartlezen. Ik hoef ook niet honderd unieke wachtwoorden uit mijn hoofd te kennen. En ik wil niet mijn tijd besteden aan werk dat een systeem beter, sneller of veiliger kan doen.

Als AI dat soort taken overneemt, vind ik dat vooral positief. Dan komt er ruimte vrij. Ruimte om na te denken. Ruimte om te leren. Ruimte om betere vragen te stellen. Ruimte om creatiever te zijn. Ruimte om werk te doen waar menselijk oordeel echt belangrijk is.

Maar daar zit wel een voorwaarde aan. Je moet die vrijgekomen ruimte dan ook gebruiken.

Luiheid is wel een risico

Het risico zit volgens mij niet in AI zelf. Het risico zit in hoe wij ermee omgaan. Als AI ervoor zorgt dat je minder tijd kwijt bent aan gedoe, is dat geweldig. Maar als AI ervoor zorgt dat je nergens meer echt over nadenkt, wordt het gevaarlijk.

Dan verlies je niet alleen een praktische vaardigheid. Dan verlies je ook begrip. En dat is iets anders.

Je hoeft van mij geen papieren landkaart meer te kunnen lezen. Maar het is wel handig als je nog enig gevoel voor richting hebt. Je hoeft niet elk wachtwoord te onthouden. Maar het is wel belangrijk dat je begrijpt waarom sterke wachtwoorden en beveiliging ertoe doen. Je hoeft niet elke tekst helemaal zelf vanaf nul te schrijven. Maar je moet nog wel kunnen beoordelen of een tekst klopt, scherp is en past bij wat je bedoelt.

Dat is volgens mij de kern. Niet elke taak zelf blijven doen. Maar wel blijven begrijpen wat er gebeurt.

We worden niet automatisch dommer

Ik denk dus niet dat we automatisch dommer worden door AI. Maar we kunnen wel dommer worden als we AI gebruiken om overal onderuit te komen. Als we stoppen met oefenen. Als we stoppen met nadenken. Als we alles accepteren omdat het uit een systeem komt.

Maar dat hoeft niet. We kunnen AI ook gebruiken om juist slimmer te werken. Om saaie taken kwijt te raken. Om betere beslissingen te nemen. Om sneller informatie te ordenen. Om meer tijd over te houden voor vaardigheden die echt belangrijk zijn.

De geschiedenis laat zien dat we vaker vaardigheden zijn kwijtgeraakt door technologie. En meestal betekende dat niet dat mensen hulpeloos werden. Het betekende dat de samenleving verschoof. Sommige vaardigheden werden minder belangrijk. Andere vaardigheden werden juist belangrijker.

Dat gaat nu weer gebeuren.

De vraag is dus niet alleen: welke vaardigheden verliezen we door AI?

De betere vraag is: welke vaardigheden willen we ervoor terug ontwikkelen?