Software gaat niet letterlijk verdwijnen. Er zal onder de motorkap waarschijnlijk juist meer software komen dan ooit. Maar software zoals wij die nu kennen, als pakket, als app, als abonnement, als iets waar je je werk in moet persen, begint volgens mij langzaam te verdwijnen.
Dat klinkt misschien groot. Maar ik merk het steeds vaker in mijn eigen werk.
Een tijdje geleden zei Satya Nadella, de CEO van Microsoft, in een gesprek met Bill Gurley en Brad Gerstner iets opvallends over bedrijfssoftware. Hij had het over het idee dat business applications in het tijdperk van AI-agents kunnen "collapsen", omdat de logica steeds meer naar agents verschuift. Dat is extra interessant omdat Microsoft juist groot is geworden met software als Word, Excel en PowerPoint. Als zelfs de CEO van Microsoft hardop zegt dat de klassieke applicatie minder vanzelfsprekend wordt, dan is er iets aan de hand.
Van bezit naar huur
We hebben de afgelopen tien jaar precies de andere beweging gezien. Vroeger kocht je een programma. Dat was vaak duur, maar daarna was het van jou. Je kon het blijven gebruiken. Misschien liep je achter met updates, misschien kreeg je op een gegeven moment compatibiliteitsproblemen, maar het gevoel was: ik heb dit gekocht.
Daarna kwam de abonnementsvorm. Adobe is daar een bekend voorbeeld van. In 2013 verschoof Adobe zijn Creative Suite steeds verder naar Creative Cloud, waardoor nieuwe grote versies via een abonnement liepen in plaats van via een klassieke eenmalige licentie. Dat werd gepresenteerd als handig: altijd de laatste versie, geen grote aanschaf ineens, alles in de cloud.
En eerlijk is eerlijk, daar zitten voordelen aan. Maar er gebeurde ook iets anders. Je bezit verdween. Je kreeg toegang zolang je bleef betalen.
Als je nu naar Adobe kijkt, zie je hoe groot dat verschil wordt over tijd. Op de Amerikaanse prijspagina staat Creative Cloud Pro op dit moment regulier voor US$69,99 per maand. Reken je dat simpel door over veertig jaar, dan kom je al rond US$33.600 uit, exclusief belasting en toekomstige prijsverhogingen. Bij zakelijke licenties of duurdere pakketten loopt dat verder op. Het exacte bedrag is niet eens mijn belangrijkste punt. Het punt is dat software langzaam verandert van iets dat je bezit naar iets waarvoor je levenslang huur betaalt.
En als je eerder wilt stoppen, ben je vaak nog niet zomaar weg. Adobe beschrijft zelf dat bij sommige jaarabonnementen die maandelijks worden betaald, na veertien dagen een opzegvergoeding kan gelden van 50 procent van het resterende contractbedrag. Dat is precies het gevoel van vendor lock-in: je zit in een systeem, je bestanden zitten in dat systeem, je workflow zit in dat systeem, en uitstappen doet pijn.
AI beweegt de andere kant op
En dan komt AI.
Wat ik daar interessant aan vind, is dat er ineens een tegengestelde beweging ontstaat. AI-tools zoals Claude Code en Codex zijn zo goed geworden dat je niet alleen software gebruikt, maar software kunt laten maken. Niet als abstract idee, maar gewoon praktisch. Een programma dat precies doet wat jij nodig hebt. Een workflow die is gebouwd rond jouw manier van werken. Een interface die niet is ontworpen door een productteam dat voor miljoenen mensen tegelijk moet optimaliseren, maar door jou, voor jouw situatie.
Dat verandert mijn verhouding tot software.
Ik hoef niet meer altijd te denken: welk bestaand programma past het minst slecht bij mijn probleem? Ik kan steeds vaker denken: welk systeem wil ik eigenlijk hebben?
Mijn probleem met presentaties
Ik geef veel lezingen door het hele land. En als je dat vaak doet, weet je dat de inhoud van je verhaal maar één deel van de spanning is. De techniek ter plaatse is minstens zo onvoorspelbaar.
Ik werk met een MacBook en gebruikte Keynote, de presentatie-app van Apple. In theorie werkt dat prachtig. In praktijk is het elke keer spannend. Past mijn MacBook op het scherm? Werkt de adapter? Komt het beeld goed door? Doet het geluid het? Staat het scherm in de juiste verhouding? Kan de techniek mijn laptop zien? En vaak hoor je al bij de voorbespreking: "Een MacBook aansluiten is hier soms lastig."
Dat klinkt als een klein probleem, maar vlak voor een lezing voelt het niet klein. Dan sta je daar met een zaal vol mensen, een programma dat door moet, een techniektafel die zoekt naar kabels, en een laptop die net anders reageert dan verwacht. Soms lukt het op het laatste moment alsnog. Soms is het gedoe. En bijna altijd kost het energie die ik liever in mijn verhaal stop.
Daarom probeerde ik mijn presentaties via iCloud te synchroniseren en te delen. Dat lost een deel op, maar creëert nieuwe problemen. Als ik een presentatie deel met iemand van de organisatie, deel ik die vaak letterlijk alleen met die ene persoon. Maar degene die het scherm, geluid en de techniek beheert, heeft soms een ander mailadres. Of ik heb dat mailadres niet. Of het delen gaat traag. Of de presentatie is groot. Of mijn iCloud-opslag loopt vol en dan moet ik weer extra opslag kopen.
Het blijft dus een systeem waarin ik mij moet aanpassen aan hoe Apple, iCloud en Keynote vinden dat delen werkt.
Mijn eigen presentatieprogramma
Daar ben ik met Codex mee aan de slag gegaan. Ik heb een skill gemaakt waarmee een AI-agent automatisch presentaties kan maken. Als iemand de URL krijgt, kan die skill worden geïnstalleerd, en daarna kan de agent presentaties bouwen in mijn systeem.
Het bijzondere is dat ik dit op twee manieren kan gebruiken. Als ik nog niet precies weet wat ik wil zeggen, kan de AI mij vragen stellen. Dan helpt het systeem mij om mijn verhaal scherper te krijgen. Als ik wel precies weet wat ik wil, kan ik per slide omschrijven wat erop moet staan. Ik kan meteen aangeven welke stijl ik wil, of de AI stijlsuggesties laten doen. Daarna worden alle slides automatisch consistent opgebouwd.
De presentatie wordt gewoon in HTML gemaakt. Dat klinkt misschien technisch, maar voor mij betekent het vooral vrijheid. Ik kan alles aanpassen. Ik kan het precies laten werken zoals ik wil. Ik ben niet meer gebonden aan de keuzes van Keynote of PowerPoint. Niet omdat die programma's slecht zijn, maar omdat ze generiek zijn. Ze zijn gemaakt voor iedereen. Mijn systeem is gemaakt voor mij.
En soms zit de winst in heel kleine dingen. Als ik in meerdere presentaties hetzelfde videobestand gebruik, wil ik niet dat elke presentatie weer een kopie van die video opslaat. Bij Keynote gebeurt dat snel. Dan heb je dezelfde video in meerdere bestanden zitten en loopt je schijf langzaam vol. In mijn systeem kan ik zeggen: gebruik steeds dezelfde bron. Een video staat dan maar een keer op mijn computer, en alle presentaties verwijzen daarnaar.
Dat is geen futuristisch AI-verhaal. Dat is gewoon een irritant praktisch probleem dat ineens oplosbaar wordt.
Een oude computer als server
Nog een voorbeeld. Ik heb thuis een kleine server staan. Dat klinkt groter dan het is. Eigenlijk is het gewoon een oude computer van ongeveer vijftien jaar oud in mijn meterkast.
Met hulp van AI heb ik daar in ongeveer een halve dag een server van gemaakt. Daardoor kunnen mijn presentaties automatisch online gesynchroniseerd worden. Ik kan ze via een URL openen. Ik kan ze delen met de organisatie. Ik kan ze delen met de techniek. Ik hoef niet meer te wachten tot iemand het juiste iCloud-account gebruikt of tot er een mailadres bekend is. Ik stuur gewoon een link.
En ik ben ook niet afhankelijk van de opslaglimiet van iCloud. Zolang mijn eigen schijf ruimte heeft, kan ik doorgaan. Wil ik meer ruimte, dan vervang ik een schijf. Dat voelt veel meer als bezit.
De app is niet meer heilig
Wat dit voor mij laat zien, is niet dat Keynote morgen verdwijnt. Of dat PowerPoint nutteloos wordt. Of dat Adobe geen waarde meer heeft. Grote softwarepakketten blijven voorlopig belangrijk, zeker voor teams, professionals, compatibiliteit en workflows waar betrouwbaarheid zwaarder weegt dan vrijheid.
Maar de vanzelfsprekendheid verdwijnt.
Tot nu toe moesten wij ons aanpassen aan software. De app bepaalde hoe je werkte. De knoppen, menu's, bestandsformaten, opslagplekken en abonnementen bepaalden de vorm van je workflow. Met AI wordt dat minder logisch. Als ik mijn eigen workflow kan beschrijven, laten bouwen en blijven aanpassen, waarom zou ik mij dan altijd blijven voegen naar een generiek programma?
Dat is volgens mij de echte verschuiving. AI maakt software niet overbodig. AI maakt software persoonlijker. Tijdelijker. Kleiner. Meer van jezelf.
Software wordt misschien minder een product dat je koopt of huurt, en meer iets dat ontstaat rondom het werk dat jij wilt doen.
Van vendor lock-in naar eigen gereedschap
Er zit natuurlijk ook nuance in. AI is niet gratis als je eerlijk rekent. Je betaalt soms voor een AI-abonnement, je gebruikt rekenkracht, je moet controleren wat eruit komt en je moet je eigen systemen onderhouden. Niet iedereen wil dat. Niet iedereen kan dat. En niet alles moet je zelf willen bouwen.
Maar de richting is belangrijk.
De afgelopen jaren leek de markt vooral te bewegen naar minder bezit: abonnementen, gesloten ecosystemen, cloudopslag, opzegkosten, bestanden die alleen lekker werken binnen het pakket van de leverancier. AI opent ineens een andere route. Je kunt weer eigen gereedschap maken. Je kunt bestanden in open formats bewaren. Je kunt workflows bouwen die precies passen bij jouw werk. Je kunt bestaande presentaties laten omzetten naar je eigen systeem en daarna verder werken zonder helemaal opnieuw te beginnen.
Dat voelt voor mij als een grotere verandering dan alleen "AI kan code schrijven".
Het gaat om de vraag wie bepaalt hoe jij werkt.
Vroeger was het antwoord vaak: het softwarebedrijf. Straks is het antwoord misschien steeds vaker: jij, met een agent naast je.
En als dat klopt, dan verdwijnt software niet omdat er minder software komt. Software verdwijnt omdat de app niet langer het centrum van ons werk is.