Soms zit een grote verandering verborgen in iets wat bijna te klein lijkt om serieus te nemen. Een knop. Een koppeling. Een tag. Deze week kondigde Anthropic Claude Tag aan. Op het eerste gezicht lijkt dat heel onschuldig. Je zit in Slack, je noemt Claude met een @ en Claude kan meedenken, dingen uitzoeken en werk voor je oppakken.
Maar hoe langer ik ernaar kijk, hoe meer ik denk dat dit veel groter is dan een handige Slack-feature. Dit gaat niet alleen over een chatbot die in je chatkanaal verschijnt. Dit gaat over de vraag waar werk straks eigenlijk plaatsvindt. Ga jij nog naar een AI-tool toe? Of komt AI wonen in de omgeving waar jij toch al werkt? Dat lijkt een klein verschil, maar volgens mij is het een fundamentele verschuiving.
De AI komt het werk binnen
Tot nu toe was de beweging vaak vrij duidelijk. Eerst hadden we een mens achter een computer. Daarna kwam de chatbot. Je ging naar ChatGPT of Claude, stelde een vraag en kopieerde het antwoord terug naar je werk. Vervolgens kwamen de agents. Die konden niet alleen antwoorden geven, maar ook bestanden lezen, code aanpassen, taken uitvoeren en soms zelfs andere agents aansturen. En nu zie je de volgende stap ontstaan: de AI komt niet meer als losse tool naast het werk te staan, maar gaat midden in de werkstroom zitten.
Dat is precies wat mij aan Claude Tag triggert. Je hoeft niet meer naar Claude Code of een aparte Claude-app. Je tagt Claude waar het gesprek al plaatsvindt. In Slack dus. Daar waar collega's toch al overleggen, besluiten nemen, documenten delen, taken doorspreken en elkaar aansturen. En ineens zit daar een AI tussen die niet alleen antwoord geeft, maar ook context kan meenemen, tools kan gebruiken en werk kan uitvoeren.
Dat voelt misschien handig. En dat is het ook. Maar het is ook een enorme strategische stap.
Van interface naar collega
Andrej Karpathy noemde dit op X een nieuw paradigma voor hoe we met Claude omgaan. Ik snap precies wat hij bedoelt. De interface verdwijnt naar de achtergrond. Je opent niet meer een programma om iets met AI te doen. De AI wordt een aanwezigheid in de plek waar je toch al werkt.
Dat is een andere rol dan een chatbot. Een chatbot wacht tot jij naar hem toe gaat. Een agent kan werk uitvoeren. Maar een agent die in je organisatie zit, in je gesprekken meeleest, context onthoudt, taken kan oppakken en misschien op de achtergrond blijft doorwerken, wordt iets anders. Dan voelt het ineens meer als een collega dan als software.
En precies daar begint het spannend te worden. Want als je AI-aanbieder een soort gedeelde collega wordt, dan levert die AI-aanbieder niet alleen een AI. Die AI-aanbieder gaat langzaam de plek worden waar werk wordt begrepen, onthouden, verdeeld en uitgevoerd. Dan gaat het niet alleen meer om vastzitten aan een bepaalde AI, maar om vastzitten aan de context van je organisatie.
Vastzitten aan context is veel gevaarlijker
We hebben allemaal al meegemaakt hoe het is om afhankelijk te worden van software. Veel organisaties zijn afhankelijk geworden van bedrijven als Microsoft en Google. Niet omdat ze nooit iets anders willen, maar omdat hun documenten, e-mail, agenda's, processen en gewoontes er allemaal omheen zijn gebouwd. Overstappen kan wel, maar het is gedoe. Je moet data verplaatsen, mensen trainen, koppelingen vervangen en hopen dat er onderweg niets breekt. Dat is vervelend, maar je kunt het tenminste nog redelijk aanwijzen.
Bij vastzitten aan context wordt het veel subtieler. De AI leert namelijk hoe je bedrijf werkt. Welke mensen belangrijk zijn. Welke documenten vaak worden gebruikt. Welke besluiten zijn genomen. Welke woorden jullie gebruiken. Welke klanten gevoelig liggen. Welke processen formeel bestaan en welke processen in werkelijkheid gevolgd worden.
Dat is de echte waarde van een organisatie. Niet alleen de losse documenten, maar het patroon ertussen. Het sociale, praktische en informele geheugen van het bedrijf. Als een externe AI-aanbieder die laag wordt, dan huur je niet alleen intelligentie in. Je huurt langzaam een deel van je eigen organisatie terug.
Ashwin Gopinath noemde Claude Tag op X een Trojaans paard. Dat klinkt hard, maar ik snap de gedachte. Niet omdat Anthropic iets kwaads zou doen. Dat is ook niet mijn punt. Het probleem zit in de prikkels. Als de AI in de werkstroom zit, is het logisch dat je steeds meer werk via die AI gaat doen. Als die AI steeds meer context heeft, wordt hij steeds waardevoller. En hoe waardevoller hij wordt, hoe moeilijker het wordt om weg te gaan.
De softwarelaag wordt zwakker
Ik schrijf al langer dat software zoals we die kennen waarschijnlijk naar de achtergrond verdwijnt. Dit soort ontwikkelingen maakt dat beeld voor mij alleen maar sterker. Want stel dat je als medewerker niet meer naar je CRM gaat, niet meer naar je projectmanagementtool, niet meer naar je boekhoudpakket en niet meer naar je documentensysteem. Je zegt gewoon in Slack of in een andere werkomgeving tegen je AI-agent wat er moet gebeuren.
De agent haalt de juiste informatie op, voert de workflow uit en schrijft de uitkomst terug. Dan gebruik je de software nog wel, maar jij ziet de software steeds minder. De interface wordt minder belangrijk. De workflow wordt belangrijker. En uiteindelijk wordt de vraag: waarom zou een agent die workflow niet zelf kunnen bouwen of vervangen?
Voor softwarebedrijven is dat nogal wat. Je denkt misschien dat je een applicatie verkoopt, maar in een agent-wereld verkoop je misschien vooral toegang tot data en workflows. En als agents steeds beter worden in code schrijven, koppelingen maken en databases uitlezen, dan wordt die positie veel kwetsbaarder dan veel softwarebedrijven nu doorhebben.
De loop sluit zich
Wat ik ook interessant vind, is dat dit past bij wat Anthropic zelf schrijft over recursive self-improvement. Daarin beschrijven ze hoe AI steeds meer werk in de ontwikkeling van AI zelf gaat doen. In het artikel staat ook zo'n ontwikkeling in stappen: eerst mensen achter computers, daarna chatbots, daarna coding agents, daarna autonome agents die werk kunnen delegeren, en uiteindelijk systemen die steeds meer van de hele ontwikkelcyclus overnemen.
Als je die gedachte doortrekt naar bedrijven, krijg je een soortgelijke beweging. Eerst gebruik je AI om een tekst te schrijven. Daarna gebruik je een agent om een taak uit te voeren. Daarna laat je agents samenwerken met workers. En uiteindelijk krijg je loops die blijven draaien totdat een doel is bereikt. Niet: schrijf deze mail. Maar: verbeter onze salesaanpak. Niet: maak deze planning. Maar: zorg dat dit project op schema blijft. Niet: analyseer deze data. Maar: verhoog de omzet.
Dat klinkt indrukwekkend. Maar het betekent ook dat tokengebruik, eigenaarschap en controle veel belangrijker worden. Een mens heeft een salaris en een werkdag. Een AI-loop kan in principe eindeloos blijven draaien zolang je blijft betalen. Dan wordt de vraag niet alleen of AI iets kan doen, maar ook wie zich die hoeveelheid AI-werk kan veroorloven.
Wat moet je als bedrijf hiermee?
Ik denk niet dat de oplossing is om dit soort ontwikkelingen te negeren. Daarvoor is het te krachtig. Een AI die in de werkstroom zit, kan enorm veel opleveren. Minder zoeken. Minder overdracht. Minder losse tools. Sneller schakelen. Betere context. Het kan medewerkers echt veel productiever maken.
Maar je moet hier als organisatie niet gedachteloos instappen. Je moet vooraf nadenken over wie de context bezit. Waar staat je data? Kun je overstappen naar een andere AI-aanbieder? Kun je meerdere soorten AI gebruiken? Welke informatie mag een agent lezen? Welke taken mag hij uitvoeren? Welke acties moeten altijd door een mens worden gecontroleerd? En hoe voorkom je dat je straks afhankelijk bent van een systeem waarvan je de kosten, werking en toegang niet meer echt kunt sturen?
Voor mij betekent dit dat bedrijven hun datahuishouding op orde moeten krijgen. Niet omdat dat zo'n lekker onderwerp is voor een managementpresentatie, maar omdat het straks het verschil kan maken tussen zelf sturen of gestuurd worden. Zorg dat je kennis niet alleen leeft bij een AI-aanbieder. Zorg dat je context exporteerbaar is. Denk na over open-source AI, lokale AI, meerdere AI-aanbieders en duidelijke grenzen. Niet uit angst, maar uit volwassenheid.
De kleine @
Wat mij fascineert aan Claude Tag, is dat het zo klein lijkt. Een @ in Slack. Meer niet. Maar vaak beginnen grote veranderingen precies zo. Eerst voelt het als gemak. Daarna wordt het gewoonte. Daarna wordt het infrastructuur. En daarna merk je pas dat je manier van werken is veranderd.
Ik denk dat dit een van die momenten is. Niet omdat Claude Tag op zichzelf meteen alles verandert, maar omdat het laat zien waar we naartoe gaan. AI verdwijnt niet in een apart venster. AI komt in het midden van het werk te staan. Eerst als hulp. Daarna als collega. Daarna als laag waarlangs werk wordt verdeeld en uitgevoerd.
Dat is enorm krachtig.
En precies daarom moeten we er scherp naar kijken.