← blog

De AI-valkuil: als alles ineens mogelijk wordt

Ik heb de afgelopen tijd veel gewerkt met AI-agents. En hoe meer ik ermee werk, hoe duidelijker ik iets bij mezelf merk: doordat ik meer kan doen, neem ik ook steeds meer taken op me.

Dat klinkt misschien positief. En voor een groot deel is dat het ook. Ik kan dingen maken die ik vroeger nooit had kunnen maken. Ik kan problemen oplossen die ik eerder gewoon had laten liggen. Ik kan kleine systemen bouwen voor mezelf, voor mijn werk en soms ook voor anderen. Dingen die vroeger te duur, te technisch of te tijdrovend waren, worden ineens mogelijk.

Maar precies daar zit ook de valkuil.

AI belooft ons leven efficiënter te maken. Het idee is dat we minder tijd kwijt zijn aan gedoe, waardoor we meer tijd overhouden voor de dingen die echt belangrijk zijn. Meer tijd voor mensen. Meer tijd voor gezin. Meer tijd om na te denken, te lezen, te wandelen, te praten, te leven.

Alleen merk ik bij mezelf soms het tegenovergestelde gebeuren.

Als alles mogelijk wordt

Het begint vaak met één klein probleem. Een inbox die te vol is. Een taak die vervelend is. Een proces dat sneller kan. AI helpt een eerste oplossing te maken. En zodra die oplossing werkt, zie je ineens het volgende probleem.

Dan denk je: wacht eens even, dit kan ik ook automatiseren.

En daarna nog iets.

En nog iets.

Dat herken ik heel sterk. Door AI zie je ineens overal mogelijkheden. Je ziet oplossingen voor problemen die je eerder niet eens als project zag, omdat het simpelweg te veel werk was. Vroeger dacht je: laat maar. Dat kost te veel tijd. Daar heb ik geen budget voor. Daar moet ik iemand voor inhuren. Dat is het niet waard.

Nu denk je: dit kan ik waarschijnlijk zelf maken.

En vaak is dat ook zo.

De belofte van tijdwinst

Dat is de vreemde paradox. AI bespaart tijd per taak, maar zorgt er tegelijkertijd voor dat je veel meer taken gaat zien. En dus ook veel meer taken gaat oppakken.

Daar is inmiddels ook onderzoek naar gedaan. Onderzoekers van Berkeley Haas beschreven in Harvard Business Review dat generatieve AI werk niet automatisch vermindert, maar het juist kan intensiveren. In hun onderzoek bij een technologiebedrijf zagen ze dat medewerkers sneller werkten, een breder pakket aan taken oppakten en hun werk vaker over meer uren van de dag verspreidden. AI maakte ze dus niet alleen efficiënter. AI maakte dat ze meer aandurfden en meer gingen doen.

Dat is precies wat ik bij mezelf zie.

Ik gebruik AI en denk: mooi, dit scheelt tijd. Maar die tijd wordt niet automatisch vrije tijd. Die tijd wordt vaak meteen gevuld met het volgende idee. Het volgende systeem. Het volgende project. Het volgende probleem dat ineens oplosbaar lijkt.

En dan ben je dus niet minder aan het werk.

Je bent alleen op een ander niveau aan het werk.

De sociale media-valkuil

Ik herken hierin iets van sociale media.

Vroeger werd sociale media verkocht als iets dat ons menselijker zou maken. We zouden makkelijker contact houden met elkaar. We zouden sneller afspreken. We zouden meer verbonden zijn. In theorie klonk dat prachtig.

Maar in de praktijk gebeurde vaak het tegenovergestelde. We gingen minder echt afspreken, maar meer scrollen. Minder rustig praten, maar meer reageren. Minder aanwezig zijn, maar meer beschikbaar lijken.

Ik ben daar op een gegeven moment bewust uitgestapt. Ik heb een domme telefoon. Ik gebruik LinkedIn alleen om mijn boodschap te verspreiden. Maar ik heb geen Facebook, Instagram, WhatsApp, Slack, Snapchat, TikTok en al die andere apps die steeds om je aandacht vragen.

En dat heeft veel met me gedaan.

Ik merkte dat ik menselijker werd. Rustiger. Meer aanwezig. Ik kreeg meer tijd voor mezelf en mijn gezin. En ineens ging ik dingen doen waarvan ik dacht dat ik er geen tijd voor had. Een oude racefiets opknappen. Meubels maken. Boeken lezen. Gewoon dingen doen met mijn handen, mijn hoofd en mijn aandacht.

Dat voelde als vrijheid.

Maar nu merk ik dat ik opnieuw in een vergelijkbare valkuil kan vallen. Alleen is het dit keer niet sociale media. Het is generatieve AI.

De 80 procent-valkuil

Het gevaarlijke aan generatieve AI is dat het vaak heel snel tot 80 procent komt. Je geeft een opdracht en ineens staat er iets. Een website. Een tekst. Een script. Een automatisering. Een tool. Het werkt nog niet perfect, maar het werkt genoeg om te voelen: dit kan iets worden.

En dan begint het.

Je wilt die laatste 20 procent oplossen. De foutjes eruit. De workflow netter maken. De interface verbeteren. De output betrouwbaarder krijgen. En elke keer denk je: nog één prompt. Nog één aanpassing. Nog één test.

Maar ondertussen moet je vaak tien tot dertig minuten wachten totdat de AI klaar is. En wat doe je dan? Je begint aan een ander project. Want je zit toch achter je computer. Je bent toch bezig. Je hebt toch nog een idee.

Voor je het weet, werk je aan tien projecten tegelijk.

En dan vliegen de uren voorbij.

Het levert ook echt iets op

Ik wil daar niet te negatief over doen, want AI levert me ook echt veel op. Ik heb producten en systemen gemaakt die ik vroeger niet voor mogelijk had gehouden. Ik bespaar geld. Ik bespaar tijd. Ik heb processen gebouwd die werk uit handen nemen. Ik heb tools gemaakt die precies passen bij mijn manier van werken.

Dat is allemaal positief.

En ik wil ook niet terug naar hoe het was.

Maar ik zie wel de schaduwkant. De energie van AI is verslavend. Niet zoals sociale media, waar je steeds een kleine prikkel krijgt van een berichtje of een like. Maar als een soort productiviteitsrush. Je ziet iets ontstaan dat er gisteren nog niet was. Je lost iets op dat vroeger onmogelijk leek. Je voelt vooruitgang.

Dat gevoel is krachtig.

En precies daarom moet je ermee oppassen.

De vraag is niet alleen: kan het?

Ik denk dat dit de vraag wordt die ik mezelf vaker moet stellen: niet of iets kan, maar of ik het ook moet doen.

Want met AI kan steeds meer. En dat maakt het verleidelijk om overal een project van te maken. Elke irritatie kan een tool worden. Elk idee kan een prototype worden. Elk probleem kan een systeem worden.

Maar niet elk probleem verdient een systeem.

Niet elk idee verdient een project.

Niet elke mogelijkheid verdient mijn aandacht.

Dat is misschien wel de nieuwe vaardigheid die we moeten leren in het AI-tijdperk. Niet alleen leren hoe je AI gebruikt. Maar ook leren wanneer je AI niet gebruikt. Wanneer je iets laat liggen. Wanneer je zegt: dit hoeft niet opgelost te worden. Of in ieder geval niet nu. Niet door mij. Niet ten koste van mijn avond, mijn gezin, mijn slaap of mijn rust.

Meer mens worden

Voor mij is dat de echte toets. Maakt AI mij menselijker? Of maakt AI mij vooral drukker?

Als AI ervoor zorgt dat ik minder tijd kwijt ben aan zinloos werk en daardoor meer tijd heb voor mijn gezin, mijn gezondheid, mijn boeken, mijn fiets, mijn vrienden en mijn leven, dan is dat geweldig.

Maar als AI ervoor zorgt dat ik steeds meer projecten op me neem, steeds langer achter mijn scherm zit en steeds minder aanwezig ben bij de mensen om me heen, dan heb ik niets gewonnen. Dan heb ik alleen mijn oude sociale media-valkuil vervangen door een nieuwe AI-valkuil.

En dat wil ik niet.

Dus ja, ik blijf AI gebruiken. Veel zelfs. Ik geloof nog steeds dat het ongelofelijk veel mogelijkheden geeft. Maar ik wil mezelf ook blijven herinneren aan de vraag waar het uiteindelijk om draait.

Niet: hoeveel kan ik nu allemaal bouwen?

Maar: welk leven wil ik eigenlijk bouwen?